Wie de goedkoopste hond zoekt, komt meestal niet bij één bepaald hondenras uit. Een kleine, gezonde volwassen hond uit het asiel is vaak het voordeligst, omdat de aanschafprijs lager ligt en de hond meestal al gechipt en gevaccineerd is.
Welke hond is het goedkoopst?
Een volwassen asielhond is in Nederland meestal goedkoper dan een pup van een fokker. Bij de Dierenbescherming betaal je in 2026 €359 voor een hond vanaf 6 maanden. Voor een hond jonger dan 6 maanden is het tarief €462, waarbij chippen en vaccineren zijn inbegrepen.
Bij andere asielen kunnen de bedragen verschillen. Het LICG noemt voor een volwassen asielhond grofweg €200 tot €450. Een raspup kost volgens dezelfde organisatie ongeveer €750 tot meer dan €1.500, waarbij sommige rassen nog een stuk duurder zijn.
| Soort hond | Aanschafprijs ongeveer |
|---|---|
| Volwassen asielhond | €200 tot €450 |
| Jonge asielhond | Vaak iets duurder |
| Raspup van een fokker | €750 tot meer dan €1.500 |
| Populaire of zeldzame raspup | Kan ruim boven €1.500 liggen |
Alleen naar deze bedragen kijken geeft wel een vertekend beeld. Je hebt de hond misschien binnen een middag betaald, maar voer, verzorging en de dierenarts blijven jarenlang terugkomen.
Een asielhond kost meestal minder
Een volwassen hond uit het asiel heeft financieel een paar voordelen. De aanschafprijs ligt meestal lager dan bij een pup van een fokker en chippen en vaccinaties zijn vaak al geregeld. Soms is een hond ook al gecastreerd of gesteriliseerd.
Je weet bij een volwassen hond bovendien beter hoe groot hij is en welk karakter hij heeft. Bij een jonge kruising kan bijvoorbeeld nog lastig te voorspellen zijn hoe groot de hond uiteindelijk wordt.
Een asielhond is natuurlijk niet automatisch de juiste hond voor ieder gezin. Sommige honden hebben extra training, tijd of begeleiding nodig door wat ze eerder hebben meegemaakt. Vraag daarom altijd goed naar gezondheid, gedrag en achtergrond voordat je alleen op de lage adoptieprijs afgaat.
Bestaat er een goedkoopste hondenras?
Er is geen hondenras dat altijd het goedkoopst is. De prijs van een pup verandert door vraag en aanbod, de fokker, de stamboom en de gezondheidsonderzoeken die bij de ouderdieren zijn gedaan.
Rassen zoals de Jack Russell terriër zitten qua aanschaf soms aan de lagere kant van het aanbod van rashonden. Ook kruisingen kunnen goedkoper worden aangeboden. Toch kun je niet zeggen dat een Jack Russell of een ander ras standaard de goedkoopste hond van Nederland is.
Een lage prijs hoeft bovendien geen voordeel te zijn. Een zorgvuldig gefokte pup kost geld omdat een goede fokker onder andere kosten maakt voor gezondheidscontroles, verzorging, chippen en vaccinaties. Een opvallend goedkope pup zonder duidelijke achtergrond kan uiteindelijk juist veel duurder uitvallen.
Kleine honden zijn vaak goedkoper
Wil je niet alleen weinig betalen bij aanschaf, maar ook daarna? Dan is een kleine hond vaak voordeliger dan een grote hond. Vooral de hoeveelheid voer maakt over meerdere jaren een duidelijk verschil.
Het LICG rekent voor een gemiddelde hond met ruim €700 aan terugkerende basiskosten per jaar. Bij een grote hond kunnen vooral de voerkosten ervoor zorgen dat dit bedrag veel hoger wordt. Kosten voor een verzekering, trimsalon, opvang en onverwachte dierenartsbehandelingen zijn daar nog niet allemaal bij inbegrepen.
Een kleine hond heeft meestal ook kleinere hoeveelheden van bepaalde medicijnen en middelen tegen parasieten nodig. Daar staat tegenover dat formaat weinig zegt over gezondheid. Een kleine hond met erfelijke klachten kan veel duurder zijn dan een gezonde grotere hond.
De vacht maakt ook verschil
Een goedkope hond heeft bij voorkeur een vacht die je eenvoudig zelf kunt verzorgen. Een kortharige hond hoeft meestal niet regelmatig naar een trimsalon, waardoor je die kosten kunt beperken.
Bij langharige, ruwharige of sterk krullende honden kan professionele vachtverzorging wel nodig zijn. Dat bedrag blijft ieder jaar terugkomen. Een kleine hond is daardoor niet automatisch goedkoop als zijn vacht veel onderhoud vraagt.
Ook gebitsverzorging verdient aandacht, zeker bij kleine honden. Problemen aan het gebit kunnen uiteindelijk voor flinke dierenartsrekeningen zorgen. Goedkoop houden betekent dus niet dat je verzorging moet overslaan.
Kijk verder dan de aankoopprijs
De goedkoopste hond om te kopen is niet automatisch de goedkoopste hond om jarenlang te houden. Voor spullen zoals een mand, riem, voerbak, vervoer en een cursus ben je bij de start ook geld kwijt.
Het LICG rekent naast de aanschaf op ongeveer €500 aan eerste benodigdheden, chipregistratie en een eerste cursus. Onverwachte dierenartskosten zitten daar niet bij en kunnen een veel grotere kostenpost worden.
Een hond die gratis wordt aangeboden kan daardoor uiteindelijk duurder zijn dan een hond waarvoor je enkele honderden euro’s betaalt. Denk bijvoorbeeld aan achterstallige vaccinaties, gebitsproblemen, een noodzakelijke operatie of gedragsbegeleiding.
Deze kosten blijven terugkomen
Bij bijna iedere hond krijg je te maken met kosten voor:
- voer en snacks;
- jaarlijkse controles en vaccinaties;
- vlooien-, teken- en wormmiddelen;
- een nieuwe riem, mand of speelgoed wanneer iets versleten is;
- opvang wanneer je niet voor de hond kunt zorgen;
- eventuele hondenbelasting in je gemeente;
- onverwachte dierenartskosten.
Een verzekering is niet verplicht. Je kunt in plaats daarvan ook zelf geld reserveren voor medische kosten, zolang je voldoende buffer hebt als er plotseling een behandeling nodig is.
Een goedkope pup vraagt extra aandacht
Een pup die veel goedkoper wordt aangeboden dan vergelijkbare honden verdient extra controle. Vraag waar de pup geboren is, bekijk de moederhond en controleer de chip, registratie en papieren.
Bij rashonden is het ook verstandig om te controleren welke erfelijke aandoeningen binnen het ras voorkomen en of de ouderdieren daarop zijn onderzocht. Een lage aanschafprijs weegt niet op tegen jarenlang medische problemen.
Koop daarom niet alleen op basis van een leuke foto en een lage prijs. Het LICG waarschuwt onder andere voor handelaren die zich op internet voordoen als gewone particulieren en voor pups waarvan de herkomst niet duidelijk is.
Welke keuze is het voordeligst?
Als je puur naar geld kijkt, komt een kleine, gezonde volwassen asielhond met een makkelijk te verzorgen vacht vaak het voordeligst uit. Je betaalt meestal minder voor de aanschaf, een kleine hond eet relatief weinig en bij een eenvoudige vacht heb je geen regelmatige trimsalon nodig.
Dat betekent niet dat je alleen op formaat en prijs moet kiezen. Karakter, beweging, gezondheid en de hoeveelheid tijd die een hond nodig heeft, moeten bij jouw situatie passen. Een actieve goedkope hond waarvoor je meerdere keren per week een uitlaatservice nodig hebt, kan uiteindelijk alsnog behoorlijk wat kosten.
Reserveer daarom niet alleen geld voor de aanschaf. Houd ook rekening met minimaal honderden euro’s per jaar aan normale verzorging en zorg voor een aparte buffer voor de dierenarts. Dan zegt de aankoopprijs van de hond niet meer dan waar hij voor bedoeld is: wat je op de eerste dag betaalt.
Veelgestelde vragen
Kun je in Nederland een hond gratis krijgen?
Ja, soms wordt een hond gratis herplaatst door een particulier. Controleer wel de chipregistratie, gezondheid en reden van herplaatsing. Ook een gratis hond kost daarna geld voor voer, verzorging en medische zorg.
Moet je voor iedere hond hondenbelasting betalen?
Nee. Niet iedere gemeente heft hondenbelasting. Of je moet betalen en hoeveel dat kost, hangt daarom af van de gemeente waarin je woont.
Is een oudere hond altijd goedkoper dan een pup?
Niet altijd, maar de aanschafprijs is vaak lager. Bij een oudere hond kunnen juist medische kosten ontstaan, dus vraag bij adoptie altijd naar de gezondheid en eventuele bestaande klachten.
Kan ik besparen door geen hondenverzekering te nemen?
Je bespaart dan de maandelijkse premie, maar betaalt dierenartskosten volledig zelf. Zorg daarom voor voldoende spaargeld om een onverwachte behandeling te kunnen betalen.




